Erkende rol van Hanzehogeschool

Geplaatst op: 06-05-2013

De Hanzehogeschool Groningen speelt een erkende en zichtbare rol bij de ontwikkeling van kennisintensief ondernemerschap in Noord-Nederland, onder meer via het Center of Entrepreneurship Value050 en het Sectorplan Noord.


In Sectorplan Noord werken de vier noordelijke hogescholen samen op de thema's Energie, Healthy Ageing, Toerisme, Water en Ondernemerschap. Dat dit breed wordt onderschreven blijkt uit publicaties van de landelijke overheid en uit recente artikelen in onder meer Science Guide.

De Hanzehogeschool Groningen is op het thema kennisintensief ondernemerschap actief in verschillende netwerken en met diverse partners. Voor de strategische thema’s zijn dat o.a. de EAE, EnTranCe en HANNN en de nieuwe innovatiewerkplaatsen van het CoE Zorg. Voor het onderzoek zijn dat o.a. RAAK en InterReg. Voor onderwijs en ondersteuning zijn dat o.a. het CVO Groningen, de Global Entrepreneurship Week, Onderwijs Netwerk Ondernemen en het Sectorplan Noord. De Hanzehogeschool Groningen vervult in deze netwerken de rol van ‘European university of applied science’ en is leidend op het thema Ondernemerschap. In tegenstelling tot de meeste andere Nederlandse regio’s, waar de academische universiteit in het Center of Entrepreneurship leidend is - i.e. UVA/ACE in Amsterdam, Erasmus/HOPE in Rotterdam, TUD/YES in Delft, NIKOS/TuT in Enschede, WUR/StartLife in Wageningen - is de erkende rol van de HG op het vlak van ondernemerschap in de regionale kennisinfrastructuur en in het CoE uitzonderlijk. De RUG heeft tot voor kort weinig aan het thema gedaan, maar wordt actiever. Een goede uitwerking van de accelerator Venture Lab Groningen door de RUG bij de EAE en voor Healthy Ageing zal in de toekomst een versterking betekenen voor het totale CVO.

Wat maakt de aanpak van de Hanzehogeschool Groningen bijzonder en in meerdere gevallen uniek?

Integraal
Allereerst de integraliteit van de aanpak in het onderwijs, startend in het eerste jaar en lopend tot twee jaar na afstuderen. Verder de systematische analyse en ontwikkeling van ons onderwijs. In alle opleidingen is in 2015 aandacht voor ondernemerschap geborgd. Sinds 2012 is een breed scala aan keuzeonderwijs - intracurriculair en extracurriculair - toegankelijk voor alle studenten en docenten. Er is een ‘gouden route’ ontwikkeld waarbij in een opleiding awareness sessies, student companies, assessments, minoren en afstudeertrajecten kunnen worden opgenomen en waarbij een student een route ‘op maat’ kan samenstellen richting ondernemerschap. Bij een volledig ingevuld programma kan een student intracurriculair meer dan 1,5 jaar aan ontwikkeling van ondernemerschap en van een eigen bedrijf besteden, los dus nog van het extracurriculaire aanbod. Diverse minoren leggen verschillende accenten. Voor het bedenken van een nieuw bedrijfsconcept, het maken van een bedrijfsplan, het ontwikkelen van een bedrijf in de zorg of in de techniek zijn evenzoveel minoren.

Entrepreneurship en intrapreneurship
De focus bij de stimulering van ondernemerschap is uitdrukkelijk bipolair. In de eerste twee fasen van het zogeheten ‘Groninger Model’ voor ondernemerschaponderwijs en ondersteuning, ligt de nadruk op de ondernemende persoon en op de ontwikkeling van de student tot ondernemende professional, kortom op intrapreneurship. In de fasen 3 en 4 ligt de nadruk op de ontwikkeling van een deel van de studenten tot professionele ondernemer en op de ontwikkeling van een innovatieve onderneming, ofwel op entrepreneurship.

Intrapreneurship veronderstelt werknemers die zelfstandig en creatief zijn, initiatief nemen - ook buiten de grenzen van hun vak - beschikken over zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen, verantwoordelijkheid durven nemen én die bewust bezig zijn met hun eigen (professionele) ontwikkeling. Volgens De Jong en Wennekers (2007) zijn belangrijke activiteiten gerelateerd aan intrapreneurship: het waarnemen van mogelijkheden, het genereren van ideeën, het ontwerp van een nieuw product of een nieuwe combinatie van hulpbronnen, het bouwen van een interne coalitie, het overtuigen van het management, het verwerven van bronnen, planning en organisatie. Sleutelaspecten van intern ondernemend gedrag zijn: persoonlijk initiatief, actief zoeken naar informatie, ‘out of the box’ denken, stem geven/uiten (voicing), stimuleren, dingen op je nemen (taking charge), speelruimte en oplossingen vinden, en een zekere mate van risico nemen. Hayton en Kelley (2006) onderscheiden vier competenties die specifiek zijn voor intrapreneurship. De eerste is innoveren. De tweede betreft makelen (brokering). Dat wil zeggen: nieuwe kennis ontdekken en toegankelijk maken in de organisatie. De derde competentie is championing. Dat wil zeggen je als ‘held’ committeren aan projecten. Ten slotte betreft het ondersteunen (sponsoring).

Intracurriculair en extracurriculair
Ook het extracurriculaire aanbod is in omvang en samenhang enig in zijn soort. Er worden jaarlijk verschillende competities georganiseerd voor studentbedrijven zoals Business Match Groningen, de Anner Award en Jong Ondernemen. In Groningen is een unieke en wetenschappelijk gevalideerde ondernemerstest ontwikkeld: de E-scan. Er is een virtuele incubator die toegankelijk is voor alle(!) studenten, docenten en ondernemers in Noord-Nederland. Het Center of Entrepreneurship Value050 biedt jaarlijks een workshopprogramma aan met twintig workshops voor studenten en docenten die willen leren over en voor ondernemerschap. Verder een ‘teach the teacher’ programma met zeven workshops uitmondend in een certificaat en opname in het HG-register en op termijn in een landelijk register. Een internationaal TtT masterprogramma. Een fysieke incubator als ‘hub’ met mogelijk gespecialiseerde ‘spokes’ die al meer dan 100 bedrijven heeft voortgebracht met honderden arbeidsplaatsen.

Volgsysteem
De eerste kroon op het werk is het volgsysteem Monitor050 dat vele duizenden ondernemende studenten vanaf het eerste jaar volgt en ondersteunt, dat verdiepend en kwaliteitsverhogend inzicht biedt in het proces dat een studentstarter doorloopt en dat door ‘scouting & screening’ vanaf 2013 jaarlijks 5-10 en vanaf 2015 jaarlijks 15-25 innovatieve en duurzame ondernemingen in Energie en Healthy Ageing identificeert met een hoog groeipotentieel. In alle Groningse bescheidenheid, uniek in Nederland.

Gouden route
De tweede kroon is de ‘Gouden route’. Door de integrale aanpak, de combinatie van extracurriculaire onderdelen (‘above the line’) die worden aangeboden vanuit het CoE Value050 en de onderdelen zoals student companies, assessments die in het curriculum van een opleiding kunnen worden opgenomen (‘below the line’), kan elke opleiding en elke student naar vermogen en behoefte - op maat - een route richting ondernemende professional of professionele ondernemer uitstippelen.

Deze ‘Gouden route’ komt voort uit een zich voortdurend ontwikkelend routeplan waarin de ‘best practices’ uit de verschillende schools en opleidingen worden opgenomen. Zo kunnen opleidingen en studenten voortdurend gebruik maken van alle beschikbare ‘state of the art’ kennis en ervaring in de hogeschool om ondernemerschaponderwijs en ondersteuning zodanig vorm te geven dat een effectieve aansluiting ontstaat, zowel bij de beroepsgerichte curricula als bij de persoonlijke voorkeuren, kennis en competenties van de student.